Ontstaan

De lucht om ons heen bestaat uit miljarden kleine luchtdeeltjes. Die deeltjes heten moleculen. Moleculen zijn zo klein dat we ze met het blote oog niet kunnen zien, toch zijn ze er echt wel. Je kunt ze namelijk voelen als ze met een hele massa tegelijk tegen je aan duwen. Die bewegende luchtmassa heet wind.
Hoe lucht beweegt leggen we nu uit.
Bij de evenaar heb je warme lucht die stijgt. Daardoor ontstaat aan het aardoppervlak een gebied waar de luchtdruk laag is. In het gebied eromheen daalt de luchtdruk, komt er veel lucht samen aan het aardoppervlak en is de luchtdruk hoog. Omdat de atmosfeer altijd streeft naar een gelijke luchtdruk krijg je dit verschijnsel: de lucht uit de hoge druk stroomt naar het gebied met lagere druk. Hierdoor krijg je WIND. Omdat de aarde draait is die luchtstroom nooit zomaar in die richting. Daardoor bevinden zich op het noordelijk halfrond van de aarde draairichtingen naar rechts en op het zuidelijke halfrond draairichtingen naar links. Dus op het noordelijk halfrond heb je wind die rondjes waait met de klok mee en op het zuidelijk halfrond rondjes die tegen de klok in waaien. Dit circulatietype noemt men het Coriolis-effect. Dit verschijnsel komt alleen voor tussen 30 noorder- en zuiderbreedte rond de evenaar. In het gebied tussen 30 en 60 zowel op het noordelijk als zuidelijk halfrond komt een heel ander circulatietype voor waar de wind in het algemeen uit het westen waait. Dit is de gematigde zone en de westenwinden zijn op 10 12 km hoogte in de atmosfeer het sterkst.
Wij wonen in die zone en jij weet dat onze wind nooit altijd uit het westen komt. Vaak komt de wind ook uit het oosten, noorden of het zuiden. Dat komt omdat de wind wordt bepaald door een opeenvolging van lage- en hogedrukgebieden. De grootte van deze drukgebieden bepalen ook hoe hard het waait. Hoe lager het lagedrukgebied en hoe hoger het hogedrukgebied, hoe sneller de hoge druk naar het lagedrukgebied wil. Je krijgt dan een harde wind. Over de windkracht lees je meer
hier.

Inleiding || Ontstaan - Windkracht - Drukgebieden || Afsluiting

Print Versie